Denken, Doen en Laten

Internationale benchmark betaalbaarheid

De context

Het ministerie van IenW heeft aan ABDTOPConsult gevraagd advies uit te brengen over de inrichting en werking van het Nederlandse ov-systeem en daarbij mogelijke vervolgstappen te formuleren om de betaalbaarheid van het systeem te borgen.

ABDTOPConsult heeft deze vraag beantwoord in een rapport aan de Rijksoverheid waarin een schets van de historie, ordening, sturing, exploitatie en financiering van het  Nederlandse ov-systeem opgenomen is. Het rapport van ABDTOPConsult analyseert en reflecteert op de werking en het functioneren van het systeem (waaronder de ontwikkeling in kwaliteit en gebruik, en de maatschappelijke kosten van het openbaar vervoer en andere onderdelen in het mobiliteitssysteem). Het formuleert bevindingen over de werking van het huidige ov-systeem ten aanzien van de ordening, sturing, exploitatie en financiering en de knelpunten die zich daarbij voordoen. Het betrekt daarbij de resultaten van een beknopte internationale vergelijking, die door inno-V is uitgevoerd, waarin kenmerken van het Nederlandse ov-systeem in internationale context geplaatst worden. Op basis hiervan formuleert het rapport van ABDTOPConsult conclusies, een overzicht van mogelijke interventies ten behoeve van de betaalbaarheid van het ov-systeem en concrete vervolgstappen om richting te bepalen en/of uitvoering te geven aan de interventies.

De vraag

inno-V is gevraagd om een beknopte internationale benchmark uit te voeren om de betaalbaarheid van het openbaar vervoer voor de overheid en voor reizigers in Nederland te vergelijken met een aantal andere landen, inclusief een selectie van financierings- en systeemkenmerken.

Onze aanpak

Gelet op de doelen van deze benchmark was het wenselijk om gebieden te selecteren die zoveel mogelijk op Nederland lijken qua bevolkingsdichtheid, verstedelijking, structuur en economische ontwikkeling, en waarin stedelijke en rurale milieus aanwezig zijn. Met behulp van deze criteria is voor de volgende gebieden gekozen:

  • België: Vlaanderen als geheel
  • Denemarken: De Regio’s Kopenhagen hoofdstad en Zeeland
  • Duitsland: Het Rhein-Ruhr-gebied, in deelstaat Nordrijn-Westfalen
  • Frankrijk: Het gebied van Lille en omstreken (noordelijk deel van de
  • Région Hauts-de-France, Département du Nord)

Voor deze gebieden zijn:

  • Drie tarieven vergeleken om gebruikelijke verschillen in gebruiksfrequentie in kaart te brengen (incidenteel, regelmatig en frequent gebruik) en dit voor vier referentieritten om de betaalbaarheid voor verschillende gebruikelijke verplaatsingen in stedelijk en regionaal opzicht (waaronder typische forensentreinritten) in kaart te brengen.
  • De kostendekkingsgraden van de verschillende ov-systemen verzameld. Onze ervaring bij het uitvoeren van internationale kosten-, opbrengsten- en overheidsbijdrage-benchmarks van OV-prestaties leerde dat er hierbij vaak forse uitdagingen te overwinnen zijn wat betreft de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van de gegevens. Het onderzoekswerk heeft dan ook veel aandacht aan deze problematiek geschonken. Het rapport maakt daarbij gebruik van vier berekeningswijze door enerzijds de ontvangsten met/zonder compensaties van tariefkortingen als teller te gebruiken, en door de exploitatiekosten inclusief/exclusief afschrijvingen voor het rollend materieel als noemer te gebruiken. De opbrengsten, overheidsbijdragen en kosten worden, om ze onderling vergelijkbaar te maken, waar mogelijk per reiziger en per reiziger-kilometer gepresenteerd.

Ook wordt er in het rapport aanvullende aandacht geschonken aan noemenswaardige buitenlandse voorbeelden:

  • Tarifering: Deutschlandticket in Duitsland.
  • Subsidiëring: Versement Mobilité in Frankrijk.

Het resultaat

De studie levert zo een bijdrage aan de beantwoording van de volgende twee hoofdvragen:

  • Wat zijn klantentarieven voor vergelijkbare voorbeeldreizen in met Nederland vergelijkbare gebieden?
  • Wat zijn de aandelen van overheidsmiddelen in de totale bekostiging van het openbaar vervoer (kostendekkingsgraad)?

De bevindingen uit het inno-V-rapport zijn opgenomen in het rapport van ABDTOPConsult (hoofdstuk 8) en de volledige analyse van inno-V is opgenomen als bijlage bij dat adviesrapport (Bijlage III).

Terug naar overzicht